Overweging Openbaring van de Heer 2025 door Ton Zwart msc
De nieuwste editie van Burgerperspectieven is uit. Dat is een onderzoek dat elk jaar gehouden wordt door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) om te peilen wat er onder de Nederlandse bevolking leeft aan meningen en overtuigingen. Dit jaar is er onder meer uitgekomen dat ruim 60% van de Nederlandse bevolking vindt dat de Nederlandse overheid zich te veel met het buitenland bezig houdt ten koste van meer aandacht en zorg voor de eigen burgers. Tegelijk realiseert zich een grote meerderheid dat we als klein land niet zonder het buitenland kunnen. Voor onze welvaart en voor onze veiligheid zijn we afhankelijk van andere landen. Het is dan ook slechts 10% van de ondervraagden die willen dat Nederland uit de Europese Unie stapt, een kleine minderheid dus.
Wat we hier zien is een dubbelheid, een worsteling als u wilt, tussen nadruk op wat eigen is en de erkenning dat we in een wereld leven waarin landen met elkaar verbonden zijn en elkaar nodig hebben.
In deze viering hebben we drie lezingen gehoord. Elk van de drie lezingen heeft iets te zeggen over de relatie tussen binnen- en buitenland. De eerste lezing is een visioen van Jesaja. Daarin schildert hij een beeld van Jeruzalem als het licht van de wereld. Jeruzalem als de woonplaats van de God van Israël, die niet alleen de God van Israël wil zijn, maar van de hele wereld. Daarom ziet Jesaja de volkeren van de aarde naar Jeruzalem stromen, want daar is wijsheid, daar is licht, daar vind je de God van hemel en aarde. En die volkeren hebben er veel voor over om naar dat licht te komen, want ze brengen hun schatten mee, goud en wierook. Jeruzalem als het lichtend middelpunt van de wereld.
In die eerste lezing steekt een groot zelfbewustzijn. Jesaja is overtuigd van de waarde van de Joodse wet, van de Joodse godsdienst, van het Joodse godsbeeld. Dat is weliswaar iets dat in het Joodse volk begonnen is, maar het verdient een wereldwijde verbreiding. En die verbreiding wordt verbeeld in zijn visioen als de volkeren naar Jeruzalem optrekken.
De tweede lezing laat een heel andere situatie zien. Het gaat niet meer om Jeruzalem maar om Efeze, een havenstad in, nu, Turkije, een smeltkroes van culturen en godsdiensten. In die stad is een christelijke gemeente, die aanvankelijk uit Joodse mensen bestond, maar waar nu ook niet-Joden welkom zijn. Dat is het geheim waarover de lezing spreekt: ook de niet-Joden horen er helemaal bij. Ze worden niet langer gezien als vreemdeling, als mensen die je op afstand moet houden maar als broeders en zusters. De Joodse christenen zijn tot de overtuiging gekomen dat Jezus de Messias is, de redder, niet alleen van Joden maar ook van heidenen, de niet-Joden. Zij worden allen in één gemeenschap opgenomen. Daarvoor was het wel nodig dat de Joodse christenen zich aanpasten. Zij moesten hun reinheidswetten en hun eetverboden aan de kant schuiven, zodat er plaats zou komen voor de niet-Joden. Geloof in Jezus was het enig noodzakelijke. Al het andere was minder belangrijk.
De derde lezing, het evangelie, laat ons weer iets anders zien. Hier zijn het de wijzen uit het oosten die de eerste stappen zetten. Zij laten zich leiden door de ster die zij hebben gezien, iets heel bijzonders. Op een of andere manier weten zij wat die ster betekent: er is een koning van de Joden geboren, die dan dus wel een heel bijzondere koning moet zijn. Die willen zij wel eens zien en ze gaan op weg. In Jeruzalem aangekomen nemen zij de moeite om te onderzoeken waar die koning precies geboren is. Als ze dan horen dat dit Bethlehem moet zijn, gaan ze weer op weg en dit keer leidt de ster hen zonder onderbreking naar de plaats waar het kind te vinden is. Zij halen dan hun geschenken te voorschijn om die bij het kind neer te leggen. Zij hebben gevonden waarvoor zij gekomen waren.
De drie lezingen samenvattend: binnen- en buitenland, eigen volk en vreemdelingen. Jesaja ziet de volkeren naar het lichtende Jeruzalem trekken. De actie ligt bij de volkeren, niet bij de inwoners van Jeruzalem. In Efeze hebben de Joodse christenen begrepen dat Jezus meer is dan een Joodse man maar de mensgeworden Zoon van God, medemens van iedere mens, Jood en niet-Jood. Zij moeten zich aanpassen en ruimte maken voor de niet-Joden.
Tenslotte, de wijzen uit het oosten. Zij begeven zich op weg naar Jeruzalem, maar in Jeruzalem gekomen hebben zij de Joden nodig om hen verder op weg te helpen. Het zijn de priesters en de Schriftgeleerden die het antwoord op hun vraag weten. Zo
Hebben Joden en niet-Joden elkaar nodig om bij Jezus uit te komen.
Het tragische van het evangelieverhaal is dat de Joden, de priesters en Schriftgeleerden, wel de juiste kennis bezitten maar daar verder niets mee doen. De wijzen gaan weer op weg, maar zij blijven zelf in Jeruzalem. Blijkbaar geloven ze de wijzen niet dat de Messias al geboren is. Blijkbaar hebben ze er moeite mee om aan te nemen dat die vreemdelingen uit het oosten eerder boodschappen vanuit de hemel ontvangen dan zij die al van jongs af aan in de ware godsdienst zijn opgegroeid, alsof de eigen mensen, het eigen volk, op de tweede plaats komt. Blijkbaar is het moeilijk om van buitenstaanders iets aan te nemen.
Als de lezingen van vandaag iets illustreren is het wel dat één gemeenschap van mensen met verschillende achtergronden geen vanzelfsprekendheid is. Verbinding ontstaat niet zo maar. Daarvoor moeten aan beide kanten stappen gezet worden, beide kanten moeten zich naar elkaar toe bewegen. Maar wat ook duidelijk moge zijn is dat de God van Israël, de God die zijn Zoon mens heeft laten worden, zo’n gemeenschap van alle mensen wil. Jezus wil niet als iemand zijn die verdeelt en scheiding teweegbrengt, maar juist iemand die ruimte biedt en barrières overkomt. Uiteindelijk is het één gemeenschap van alle mensen waartoe zijn menswording ons oproept.
Amen.