Preek 6 november

LEZING 1: 2 Makkabeeën 7, 1-2.9-14
LEZING 2: 2 Thessalonicenzen 2, 16-17 en 3-5
LEZING 3: Lucas 20, 27-38
Door Jan Jetse Bol MSC

We hoorden vandaag het evangelie van Lucas. Na een vraag over zeven broers spreekt Jezus over kinderen van God. En hij spreekt over de God, die Mozes in het brandende braambos hoorde: “De God van Abraham, de God van Isaak, de God van Jakob”. Eigenlijk staat er: “God is geen God van doden, God is een God van levenden”: Abraham, Isaak, Jakob. Een God van “leven voorgoed”. Deze vraag over zeven broers leidt tot een mooie, gelovige uitspraak; leidt ons binnen in een huis van goddelijke liefde.
Maar we hoorden vandaag ook een ánder verhaal over zeven broers. En ik vind het verrassend goed dat de liturgie van de kerk dat doet. Het is het verhaal dat we hoorden in de eerste indringende lezing uit het tweede boek Makkabeeën. En dat is geen stukje om eventjes nog voor het slapen gaan te lezen! Daar lezen we, dat geloven in God ook tot moord en doodslag kan leiden. We worden niet een huis van liefde binnengeleid, maar in een martelkamer. Stuk voor stuk worden de broers gemarteld en gedood. Maar de lugubere beschrijvingen ervan staan niet in het liturgieboekje van vandaag…
God is een God van Levenden. Zo vertelden de eerste christenen, zo wilden ze ook leven. Maar dat lukte de christenen niet altijd, in ieder geval niet helemaal! Van het begin af aan en met name in de Middeleeuwen, en na de zogenaamde ‘ontdekking’ van Amerika, de nieuwe wereld, scheurt de kerk van de levende God, breekt de kerk in stukken. Lijken we andere goden te hebben, en is er luguber geweld tussen mensen van kerken…
Nog weer later- dankzij de oecumenische beweging en na de holocaust in de tweede wereldoorlog wordt die verscheurde enige God weer stapje voor stapje de God van Abraham, van Isaak en de God van Jakob; een God van levenden, een God van leven en hoop. En aan ons worden vragen gesteld zoals we die hoorden in de tweede lezing van vandaag, in de brief aan de christenen van Thessaloniki, en is er de wens: moge de liefde van God u standvastig maken.
Standvastig. In deze tijd kijken we anders tegen ons verleden aan, ook ons religieuze verleden. Als samenleving, als kerken, kunnen we langzamerhand onder ogen zien hoe wij zijn omgegaan met andere mensen, met andere volken, andere landen: Wij hadden koloniën en mede daardoor werden wij meer en meer welvarend. We kennen de term ‘roofkunst’. Wij hebben weet van slavernij, die er ook in Nederland geweest is. Die slavernij is wereldwijd al lang afgeschaft, verboden – in ons land al honderdvijftig jaar geleden afgeschaft. Maar nog steeds is er in vele landen, slavernij, niet alleen in Qatar, ook in Nederland, op vele manieren, op nieuwe manieren…
Maar tegelijk groeit er meer en meer een geloof, of kan ik beter zeggen een gevoel bij heel wat mensen, overal in de wereld, dat – áls er op moeder aarde een God gevonden wordt, christelijk of niet – dan is die God een God van leven: van Abraham, van Isaak, van Jakob, van álle mensen! En dan mogen we hopen, dat mensen in beweging, in actie komen voor het klimaat. Dan ontmoeten migranten en vluchtelingen gastvrijheid. Dan nemen mensen er geen genoegen meer mee, dat er honger en armoede is, dat er voedselbanken nodig zijn. Dan blijven mensen geloven en er zich voor inzetten dat er geen oorlog komt, dat alle oorlogen verdwijnen. En dat de bewapening, in het klein en in het groot, stopt. Dan kunnen mensen samen zingen en zeggen: God is een God van leven.

U verwacht nu waarschijnlijk: Amen.
Maar zo wil en kan ik deze overweging vandaag niet eindigen.
Er is nog iets dat ik wil zeggen aan het eind van deze overweging
Voordat we met elkaar ons geloof belijden
Kan ik het doen? Zal ik het doen?
Ik hoop dat het kan en dat het goed is.

Het sluit aan bij mijn overweging, vandaag op Willibrordzondag.
Ik vroeg me al langer af en misschien heeft u daar iets van opgevangen:
kan en wil ik nog wel bij de kerk horen die zo onwrikbaar is, te onwrikbaar..?.
In de afgelopen drie jaren ben ik meer vrij geworden van de kerk.

En nu voel ik, weet ik:
Terwijl ik mijn eigen geloven en eigen kijk op de wereld heb
Is die kerk van mensen nog steeds mijn thuis en kan ik er vrij uit wandelen.

Bidden we met elkaar onze geloofsbelijdenis….


Door Jan Jetse Bol MSC