Preek 6 september 2026

Preek 6 september 2026. Door Ton Zwart.

“Hoe met elkaar om te gaan”, is het thema van deze zondagse viering. Hoe met elkaar om te gaan, niet alleen wanneer we het fijn met elkaar hebben, maar ook als er problemen zijn, als je afkeurt wat een ander doet of gedaan heeft? Hoe vertel je iemand anders dat hij of zij fout zit en iets goed te maken heeft?
De Bijbelse schrijvers hebben daar al over nagedacht en het eerste wat mij daarbij opvalt is dat ze er niet het zwijgen toe doen. Niets zeggen, net doen alsof je niets gemerkt hebt, is geen optie. De reden is niet ‘de lieve vrede’, je mond maar houden, omdat de ander defensief of fel zou kunnen reageren. Nee, volgens de Bijbel mag je je mond niet houden, omdat je verantwoordelijk bent voor je broeder of zuster. Je kunt niet toestaan dat die de verkeerde weg opgaat. Je moet voorkomen dat het fout met hem of haar afloopt. En als je dat niet doet, dan word je medeschuldig aan het verkeerde gedrag van de ander. Je wordt, als het ware, medeplichtig.
Hoe moet je dan te werk gaan? Het blijft een delicate zaak. Je bent zelf ook niet smetteloos en je kunt dus het terechte verwijt verwachten, zoals het Nederlandse spreekwoord zegt, dat de pot de ketel verwijt dat hij zwart ziet. Hoe dat dus aan te pakken? Je verantwoordelijk voelen en tegelijk niet superieur uit de hoogte doen?
Woorden zijn misschien het laatste waar we aan moeten denken. Er zijn gelukkig vele manieren, gezichtsuitdrukking en de overige lichaamstaal, om duidelijk te maken dat we het met een bepaald gedrag van anderen niet eens zijn of er in ieder geval moeite mee hebben. Dat lijkt me een mooi begin. Maar als op lichaamstaal niet gereageerd wordt; als deze indirecte manier niet werkt, wat dan?
De Bijbel kiest dan voor wat een broederlijke of zusterlijke vermaning wordt genoemd. Je spreekt de betreffende persoon direct aan en vraagt hem of haar zich anders te gaan gedragen. Dat doe je niet in het bijzijn van anderen. Het is niet de bedoeling die persoon beschaamd te doen staan of voor schut te zetten. De bedoeling is een vermaning die de waardering niet wegneemt voor wat die persoon in zijn of haar totaliteit is. Iemand is altijd veel meer dan wat hij of zij verkeerd doet.
Maar als zo’n gesprek onder vier ogen niet helpt, als de persoon in kwestie weigert zijn/haar fouten in te zien of niet van plan is zich anders te gaan gedragen, wat doe je dan? Dan, zegt de Bijbel, haal je er iemand anders bij, een of twee personen. Misschien dat het met zijn tweeën of zijn drieën wel lukt om hem/haar te overtuigen dat hij/zij toch echt verkeerd bezig is en een andere draai aan zijn/haar leven moet geven.
Maar ook dit kan wel eens onvoldoende blijken, en dan blijft er nog maar één mogelijkheid over: de hele gemeenschap erbij betrekken, de hele groep waar die persoon bij hoort en deel van uitmaakt. Hij/zij zal toch de groep in zijn geheel wel geloven. Als iedereen zijn gedrag onder de maat vindt, zal hij/zij toch wel tot de conclusie komen dat er met hem/haar iets mis is en niet met de groep in zijn totaliteit. Dat moet voldoende zijn om hem/haar tot bezinning te brengen.
Wat mij opvalt in heel deze procedure is de gevoeligheid en de menselijkheid die eruit spreekt. Men gaat voorzichtig en met overleg te werk, maar ook zonder verdoezeling van wat fout is. Aan de ene kant wordt het kwaad aangepakt, maar aan de andere kant houdt men volop rekening met de mens die het betreft. Hij/zij wordt niet meteen met zwaar geschut bestookt, maar er wordt stap voor stap bij hem/haar aangedrongen om zich anders te gaan gedragen. Hij/zij krijgt, als het ware, de tijd om zich bewust te worden dat hij/zij fout bezig is en dat dit onaanvaardbaar is voor de groep. Dat moet hem/haar overtuigen dat de fout bij hem/haar ligt en niet bij de groep.
De aanbevolen aanpak van de Bijbel laat een gevoeligheid zien voor de mens achter de fout. De precieze procedure is niet zo belangrijk. Die is ook cultuurgevoelig en kan anders liggen naargelang de gewoontes in een samenleving. Maar wat blijft is de gevoeligheid en tegelijk de verantwoordelijkheid voor de mens achter de fout.
Amen.