Lucas 14 25 33: vrijheid van familie en kruis. Door Hans Kwakman.
Het evangelie van vandaag klinkt op het eerste gehoor erg hard. Het lijkt te veel gevraagd om je vader, moeder, je hele familie, al je bezittingen en zelfs je eigen leven te haten. Maar het woord “haten” is eigenlijk een verkeerde vertaling van het woord, dat gebruikt wordt in de originele tekst van Lucas. Dat woord kan inderdaad “haten” betekenen, maar heeft ook mildere betekenissen. Zoals op de voorkant van uw boekje staat, Jezus zegt eigenlijk: als je mijn leerling wilt zijn, moet je je losmaken, je minstens innerlijk losmaken van je familie en je bezittingen. Ja, zelfs je eigen leven moet je niet ten koste van alles willen sparen. Met andere woorden: je moet een vrij mens worden. In de tijd van de Bijbel is een familie een “extended family” of “uitgebreide familie”. Een familie kon toen bestaan uit wel 50-100 personen en omvatte meerdere generaties. Deze uitgebreide familie woonde meestal bij elkaar in de buurt. De patriarch of het hoofd van de familie was de leider en iedereen in de familie had zich te schikken naar zijn bepalingen. Het waren de patriarch en de oudsten van de familie, die bepaalden met wie een zoon of dochter moest trouwen. Zo mogen wij aannemen dat Maria toen ze twaalf of dertien jaar oud was werd uitgehuwelijkt aan Jozef en voor de rest van haar leven bij de uitgebreide familie van Jozef woonde en samen met de andere vrouwen in die familie in het huis en op het land werkte. Ook Jezus is in de uitgebreide familie van Jozef groot geworden. Als kleine jongen werd hij door Maria en andere vrouwen opgevoed, maar op een bepaalde leeftijd werd hij aan de zorg van Jozef en de mannen toevertrouwd. Het zal Jezus heel wat moeite gekost hebben om zich van zijn familie los te maken en als ongehuwd door het leven te gaan. Sporen daarvan vinden wij in het Marcus evangelie. Marcus schrijft dat wanneer Jezus eens in de buurt van Nazareth aan het onderrichten is, zijn verwanten hem willen komen ophalen om hem “desnoods onder dwang” naar huis te brengen, “want volgens hen had hij zijn verstand verloren.” Aan Jezus wordt dan verteld: “Uw moeder en broers staan buiten en komen u ophalen.” Dan antwoordt Jezus: “Wie zijn mijn moeder en broers?” En tegen de mensen die naar hem luisteren zegt hij: “Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en mijn moeder.” (Marcus 3: 34-35). Jezus heeft zich losgemaakt van zijn familie en is een vrij mens geworden.
Hij heeft een nieuwe familie gevormd. De uitgebreide familie, die geleid wordt door zijn hemelse Vader. Daar hoort zijn moeder zeker ook bij. Niet omdat Jezus uit haar schoot geboren is, maar omdat zij naar het woord van God luistert en ernaar leeft (vgl. Lucas 11: 27-28). Ook ons, die hem willen volgen, spoort Jezus aan om ons los te maken van banden die ons beklemmen en vrije mensen te worden door te luisteren naar het woord van de liefdevolle God en daarnaar te leven. Dat doe je niet zomaar. Die twee parabels in het evangelie van zojuist maken ons duidelijk dat daar bezinning en overleg voor nodig is. // Nog op een andere manier wijst Jezus ons de weg om vrije mensen te worden. Tegen de menigte, die hem volgt zegt hij: “Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij aan komt, kan niet mijn leerling zijn” (Lucas 14: 25 en 27). Het lijkt weer een hard woord, maar in feite is het een woord vol wijsheid. Jezus is op weg naar Jeruzalem. Hij beseft dat zijn einde nabij is, De autoriteiten zullen hem gevangennemen en ter dood veroordelen. Maar er zijn honderden mensen, die hem volgen. Onder hen armen, zieken en gehandicapten. Allemaal hopen zij nog op een wonder, dat hun leven zal veranderen. Maar voor Jezus was de tijd van wonderen doen voorbij. Nu concentreert Hij zich op het onderrichten van zijn leerlingen en van de mensen, die hem volgen. Onder meer leert hij hun en ons hoe met lijden om te gaan. Jezus benadrukt dan dat wij voor onszelf moeten opkomen, zelf ons eigen kruis moeten dragen. Ons kruis, dat kan zijn elke vorm van lijden: ziekte¸ handicap, verlies van een dierbare, verlies van bezittingen, een mislukking in ons leven, een gebroken relatie. Ons kruis dragen, ons kruis aanvaarden, niet als een noodlot, maar als een deel van ons leven. Niet om erin te berusten en moedeloos bij de pakken neer te zitten, maar om onszelf toe te vertrouwen aan onze hemelse Vader, die ons liefheeft en voor ons zorgt. Dan worden wij vrije mensen en kunnen wij vervolgens in vrijheid beslissen hoe dat kruis in ons leven een plaats te geven. Als vrije mensen kunnen wij zelf beslissen om hulp te zoeken, advies van dokters te aanvaarden, om te gaan met verlies. // Jezus is zelf een vrije mens geworden door zich los te maken van dwingende familiebanden, zich niet te hechten aan bezittingen, zijn kruis op zich te nemen en zich niet vast te klampen aan zijn leven. Hij vertrouwde helemaal op zijn Vader en roept ons op hetzelfde te doen. Vertrouw op God en word een vrij mens.