Lucas 5 1-11 Overvloed zondag 9 februari 2025. Door Hans Kwakman msc
Petrus en zijn kameraden, Jakobus en Johannes, kenden de geheimen van het meer van Genesaret uit jarenlange ervaring. Vissen, dat doe je ’s nachts. En zelfs dan moet je geluk hebben, want vaak gebeurt het dat je de hele nacht zwoegt, zonder iets te vangen. Maar geen ervaren visser zal op klaarlichte dag zijn netten uitwerpen. Toen Jezus dan ook aan Petrus’ vroeg om midden op de dag de netten uit te gooien, moet Petrus wel gedacht hebben: Jezus zal wel een goeie timmerman zijn, maar van vissen heeft hij totaal geen kaas gegeten. Maar om Jezus niet teleur te stellen en op het gevaar af door heel Kafarnaüm uitgelachen te worden doet Petrus toch wat Jezus hem vraagt. En dan gebeurt het. Ze vangen zo’n massa vis dat hun netten dreigen te scheuren. Twee boten vullen zij tot zinkens toe. Petrus en zijn kameraden zijn stomverbaasd. Op klaarlichte dag zo’n overvloed aan vis, dat gaat alle wetten van de natuur te boven. Dat is goddelijk. Petrus knielt dan ook voor Jezus neer en roept uit: “Heer ga van mij weg, want ik ben een zondig mens.”
Dit verhaal van de wonderbare visvangst doet denken aan verschillende andere verhalen in de evangeliën. Verhalen, die steeds uitlopen op een overvloed, die alle verwachtingen overstijgt. Denk maar aan de bruiloft van Kana, Maria zegt tegen Jezus: Zij hebben geen wijn meer. Dan laat Jezus zes stenen kruiken vullen met water. Iedere kruik bevat ongeveer honderd liter water. Dus Jezus verrast daar de bruiloftsgasten met zo’n zeshonderd liter van de beste wijn. Hoe veel bruiloften kun je van die overvoed wel niet vieren, bruiloften waar het hele dorp aan deelneemt. Dat was, volgens de evangelist Johannes, het eerste machtige werk van overvloed, waarmee Jezus zijn glorie als Gods Zoon openbaarde. En, voegt hij er aan toe, zijn leerlingen geloofden in hem.
Of het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging. Een jongen had net voor zijn moeder boodschappen gedaan. Heel nieuwsgierig was hij Jezus gevolgd. Hij geeft de vijf broden en twee vissen, waar ze bij hem thuis op zaten te wachten, aan Jezus. Jezus spreekt er een dankgebed over uit en meer dan 5000 mensen krijgen er volop van te eten. Daarna vulden de leerlingen nog eens twaalf manden met de brokken, die waren overgebleven. De mensen waren dolenthousiast over zo’n overvloed.
Dit is de profeet waarop de wereld zo lang heeft gewacht, roepen zij uit.
Of nog een ander verhaal van overvloed. Een vrouw staat in de keuken brood te bakken voor haar gezin. Zij mengt gist in drie zakken meel., waardoor het deeg gaat rijzen en dat levert de enorme hoeveelheid van zo’n zestig pond meel op. Van die overvloed kan ze niet alleen haar gezin van brood voorzien, maar zou ze zelfs een heel dorp kunnen voeden.
Al die verhalen vertonen hetzelfde patroon. Een benarde situatie. De hele nacht gezwoegd, zonder iets te vangen. Een bruiloftsfeest, waar de wijn op raakt. Een grote menigte in de woestijn, die zonder eten komt te zitten. Een vrouw, die in haar keukentje voor haar gezin zorgt. En dan, in Jezus’ aanwezigheid is daar opeens een geweldige overvloed aan eten en drinken, waar iedereen die maar wil van kan genieten.
Wij doen die verhalen te kort, als we ze alleen maar zien als verhalen over de wondermacht van Jezus. Het zijn verhalen vol symboliek met een boodschap voor ons. Ook onze moderne wereld kent zoveel benarde situaties. Mensen die, ondanks hun harde werken, maar nauwelijks rond kunnen komen. Ouders die, door hun armoede, hun kinderen niet kunnen geven wat voor kinderen van rijke families heel normaal is. Volksstammen die worden geteisterd door natuur- en oorlogsrampen en bijna omkomen van de honger. Nu lijken die evangelieverhalen te suggereren, dat wij maar op Jezus hoeven te vertrouwen en dat hij voor overvloed zal zorgen. Maar zo eenvoudig ligt het natuurlijk niet. Johannes de evangelist is zich daarvan bewust. Bijna het zelfde verhaal over de wonderbare visvangst, dat wij zojuist in het evangelie van Lucas gehoord hebben, plaatst hij na de dood en verrijzenis van Jezus. Daarmee wil hij zeggen: die verhalen over de wonderbare aanwezigheid van Jezus, die ons zo’n overvloed aan goede gaven biedt, zijn verhalen van hoop op de verre toekomst. Wij moeten eerst door de barensweeën van lijden en dood heen voordat wij een leven van overvloed ervaren in het Rijk Gods, waar we in het Onze Vader steeds om bidden. Het zijn verhalen van hoop, die een belofte inhouden van een glorierijke toekomst van overvloed, wanneer wij Gods Rijk binnen gaan. Die verhalen houden onze hoop levend. Gelukkig zijn wij, als wij hoopvol kunnen uitzien naar een leven in overvoed, dat God ons beloofd heeft.