Preek 9 juli 2023

LEZINGEN
Zacharia 9, 9-10
Romeinen 8, 9.11-13
Matteüs 11, 25-30

OVERWEGING Ben Verberne msc

Het evangelie van zojuist bevat bekende en vooral uitnodigende woorden. Jezus vraagt mensen die gebukt gaan onder zware lasten, dichterbij te komen en hun lasten te verruilen voor het lichte juk dat hij te bieden heeft. In plaats van te worden uitgeput, zullen we verlichting vinden.

Opvallend is dat hij begint met zijn Vader te bedanken op een manier
waarop vrijwel ieder joods gebed begint: Gezegend Gij, Heer van hemel en aarde… De Heer van hemel en aarde noemt hij Vader. Misschien is dat ook wel een van de mooiste dingen in ons leven: of we oud of jong zijn, of midden in het leven staan – de Heer van hemel en aarde is voor ons vertrouwd, draagt zorg voor ons, is voor ons een Vader/een Moeder die ons leven geeft.
En dan kantelt als het ware zijn gebed: de lofprijzing van zijn Vader loopt over in een uitnodiging aan mensen: ‘Komt allen tot mij, jullie die uitgeput bent en onder lasten gebukt. Ik zal jullie rust en verlichting schenken’.

Wie zijn die mensen die belast en beladen zijn? Misschien is dat niet de juiste vraag! Misschien moeten we vragen: belast en beladen … wie is dat níet?
o Wie is er níet afgemat door de eisen opgelegd door anderen of door onszelf, door de druk om te presteren, de druk van ons eigen perfectionisme en al het gepieker dat daarbij komt.
o Belast en beladen… Verleden week zondag was het 150 jaar geleden dat de slavernij werd afgeschaft. Ook hier in onze kapel hebben wij daarbij stilgestaan. 150 jaar – zolang heeft het dus geduurd voordat Nederland formeel excuses maakte voor ons aandeel in de slavernij,
voor het racisme en de discriminatie, de vernedering en de verwoesting toegebracht aan mensen in Suriname en het Caraïbisch gebied. En op de een of andere manier moeten we samen verder, want we delen niet alleen een verleden, maar ook een toekomst.

Juist over dat ‘Hoe verder?’ wijst dit evangelie ons een weg:
Allereerst de weg van nederigheid; – anderen gebruiken liever het oude woord deemoed. Nederigheid is immers de moed om af te dalen in onze eigen menselijkheid en in het duister van onze geschiedenis, af te dalen in ons eigen hart en erkennen dat we ook tot deze dingen in staat zijn. Afdalen, zoals Jezus zelf is afgedaald in het kwaad en daarbij zijn eigen hart niet heeft overgeslagen. Wat hij in de diepten aan kwaad zag,
heeft hij met mildheid in de ogen gezien en opgenomen.

De tweede weg die hij ons wijst is de weg van barmhartigheid, de weg van compassie: de weg van zien, bewogen worden en in beweging komen:
o Zien doen we door achter onze façades vandaan te komen door na te gaan wat er verkeerd ging bij slachtoffers en bij onszelf.
o We worden bewogen wanneer we ons verdiepen in de pijn van mensen, die om hun huidskleur, of om welke reden ook, zijn achtergesteld.
o We komen in beweging door schuld te bekennen, de consequenties ervan te accepteren en nieuwe wegen in te slaan. Zo delen we niet alleen het verleden, maar ook een weg naar de toekomst.

‘Komt allen tot mij als je bent uitgeput en onder lasten gebukt gaat. Ik zal je rust en verlichting schenken’. Wannéér komen we tot rust? Zúllen mensen ooit tot rust komen?
Misschien is dat juist wat bedoeld wordt met ‘het juk op je schouders nemen’. Lasten verdwijnen niet, maar ze worden wel ànders, – draagbaar.

Daarom hopen, bidden en zetten we ons ervoor in dat er een weg naar de toekomst mogelijk wordt, – een weg om in vrede te leven met elkaar.

Leave a comment