1 Veertigdagentijd jaar C. Door Ton Zwart
Prioriteiten, we hebben er allemaal mee te maken. Wat het belangrijkst is, komt op de eerste plaats. Het is niet verstandig om alle aandacht en alle middelen in te zetten voor wat maar bijzaken zijn. Dan komt de hoofdzaak in de verdrukking en daar is het toch al-lemaal om begonnen.
Wat is de prioriteit van Jezus Christus? Wat vindt hij zo belangrijk dat al het andere daar-voor moet wijken? Het evangelie van vandaag heeft ons hier veel over te vertellen. Het is goed om eerst de situatie te bezien. Volgens het evangelie van Lucas is Jezus gedoopt in de Jordaan en de heilige Geest, in de gedaante van een duif, op hem neergedaald. Tege-lijk klonk er een stem uit de hemel die zei – in de nieuwe vertaling – : “Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde”.
Hierna trok Jezus vervuld van de Geest weg van de Jordaan en zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn, waar hij door de duivel bekoord werd. Hiermee wordt Jezus al meteen duidelijk gemaakt wat die geestvervulling niet betekent. Het betekent in ieder geval niet dat hij boven elke bekoring verheven is, dat hij niet gevoelig meer zou zijn voor de goede en slechte dingen van het leven, dat hij geen mens van vlees en bloed meer zou zijn, ont-trokken aan de invloed van het kwaad. Nee, de duivel heeft wel degelijk door zijn verlei-dingen macht over hem en Jezus zal een beroep moeten doen op zijn prioriteiten om die duivel te weerstaan.
De eerste bekoring wordt al meteen stevig aangezet: in veertig dagen tijd at Jezus hele-maal niets en na die veertig dagen gevoelde hij grote honger. Dit is geen gewone honger, honger die wij mensen ook wel eens gevoelen als we een maaltijd hebben gemist en met een rammelende maag rondlopen. Nee, die honger van Jezus was buiten proportie, erger dan alles wat wij ons kunnen voorstellen. Heel zijn lijf schreeuwde om eten. Die schreeuw om eten overstemde alles.
Het is juist op dit moment dat de duivel ten tonele verschijnt. Hij wacht totdat de mens door zwakte dreigt om te vallen, geen weerstand meer kan bieden en bereid is om elke oplossing aan te grijpen om uit zijn benarde situatie verlost te worden. “Als gij de zoon van God zijt, beveel dan aan die steen daar dat hij in brood verandert.” Geraffineerd! Jezus’ prioriteit is de geliefde Zoon te zijn, dat was de boodschap van de stem uit de hemel bij de doop in de Jordaan. Deze boodschap en deze stem wordt nu om meer dan woorden ge-vraagd. Laat het maar zien, toon daadkracht: verander steen in brood. Een fijn detail is ook dat de duivel niet uitdaagt om zomaar om het even welke steen in brood te verande-ren. Nee, hij zegt “die steen daar”. Je ziet die steen als het ware voor je. Om die steen met die bepaalde vorm, kleur en glans is het allemaal begonnen. Heel concreet.
Jezus is de geliefde Zoon en zo gedraagt hij zich ook. Hij wendt als het ware zijn blik af van die steen en zegt: “Er staat geschreven: De mens leeft niet van brood alleen.” Er is meer dan voedsel. Je leeft niet om te eten, maar je eet om te leven. En zijn leven is het zijn zending als Zoon van God, als gezondene van God, te volbrengen. Niets mag hem daarvan afhouden. Alles staat in dienst van zijn zending. Hijzelf mag geen sta-in-de-weg worden. Het gaat niet om hem maar om zijn Vader en om het koninkrijk van zijn Vader.
Uit het vervolg van het verhaal blijkt dat het koninkrijk van God nog ver weg is. De duivel voert Jezus omhoog en toont hem alle koninkrijken van de aarde. En hij zegt daarbij: “Ik zal u alle macht geven over deze heerlijke gebieden want ze zijn mij geschonken en ik geef ze aan wie ik wil. Als gij dus in aanbidding voor mij neervalt, zal dat alles van u zijn.” Het verwonderlijkste aan deze tekst, vind ik, is dat de duivel zich heer en meester waant van alle koninkrijken op aarde. De aarde is blijkbaar in zijn handen. De aarde is blijkbaar zo verdorven, dat de duivel het voor het zeggen heeft. God is uitgebannen en de duivel heeft gezegevierd. De duivel vraagt nu van Jezus om dit feit te erkennen en hem de eer te bewijzen die hem als hoogste heerser toekomt. “Val neer en aanbid mij en jij zult dit allemaal in de schoot worden geworpen.”
Jezus, de geliefde Zoon van de Vader, verliest zijn prioriteit niet uit het oog en weigert re-soluut: “Er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen”. Deze weigering om voor de duivel een voetval te maken, heeft consequenties. Van nu af zal Jezus de strijd aangaan met de duivel om diens heerschappij ten val te brengen en daarvoor Gods heerschappij in de plaats te stellen. Gods heerschappij, die gebaseerd is om op de juiste verhoudingen: van mensen onderling, van mensen met de wereld om ons heen, van mensen uiteindelijk met God, de bron van ons bestaan. Het zal een groots ge-vecht worden dat Jezus met zijn leven zal bekomen. Maar zijn trouw komt inderdaad op de eerste plaats.
Trouw aan zijn Vader. Het is wat Jezus ook in de derde verleiding laat zien. De duivel plaatst Jezus op de bovenbouw van de tempelpoort en hij probeert Jezus met een woord van de heilige Schrift te overtuigen van wat hij moet doen: “Werp u naar beneden, want er staat geschreven: ‘zijn engelen zullen u op de handen dragen opdat ge uw voet niet aan een steen zult stoten’. Het is de zaken omdraaien: niet Jezus die zich volledig inzet voor de zaak van God, maar God die Jezus moet redden uit een benarde situatie die kunstma-tig en onnodig gecreëerd wordt. Jezus maakt er dan ook niet veel woorden aan vuil: “Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen.”
Voor Jezus is er maar één prioriteit en dat is zijn Vader en de zaak van zijn Vader. Op deze wijze wil hij de geliefde Zoon zijn, de Zoon die zich volledig stelt achter Gods visie voor onze wereld, een wereld waarin alle verhoudingen kloppen, resulterend in harmonie en vrede.
Voor Jezus is het duidelijk waar hij staat. In deze veertigdagentijd is het goed dat ook wij nadenken over wat onze prioriteit in het leven is. En is dat een prioriteit waarin Jezus en zijn Vader een centrale plaats innemen? Kunnen we van onszelf zeggen dat ons christen-zijn op de eerste plaats komt? Dat het onze prioriteit is een christen te zijn? In deze tijd? In de situatie waarin wij verkeren?
Het antwoord op deze vraag mag niet te gemakkelijk komen. We hebben nog bijna veertig dagen om ermee bezig te zijn. Amen.