Overweging 9 november 2025 door Ton Zwart msc
De tempel, of laten we het maar meteen de kerk noemen of zoals hier de kapel, kan zowel een plaats van heil of van onheil zijn. De eerste lezing van vandaag benadrukt het heil, dat er heil ontspringt aan de tempel. En het heil wordt dan gezien als heilbrengend water dat stroomt uit de tempel. Het maakt zout water weer zoet. Het zit vol met vissen en andere dieren en langs het water schieten bomen op die nooit verdorren en niet jaarlijks maar maandelijks vrucht dragen. Bovendien zijn hun bladeren geneeskrachtig. In zo’n waterrijke omgeving is het is een en al leven en al dat leven ontspruit aan de tempel, de bron van een paradijselijk bestaan.
Tot zover het visioen van de profeet Ezechiël. Het evangelie van vandaag is een heel ander verhaal. Het is het verhaal van de tempeluitdrijving, van een boze Jezus die van touwen een gesel maakt en daarmee om zich heen begint te slaan. Hij drijft er de verkopers van runderen, schapen en duiven de tempel mee uit en de tafels van de geldwisselaars gooit hij omver. Ze kunnen naar hun munten kruipen. Geen paradijselijk tafereel maar een gewelddadig incident midden in de tempel.
Het verschil tussen die twee lezingen zit in de mens. Ezechiël beschrijft wat de heilzame bedoeling van de tempel is, terwijl Jezus laat zien wat mensen in zijn tijd van die tempel gemaakt hebben: het huis van God is tot een markthal verworden. Jezus kan dit niet aanzien en treedt er hard tegenop.
De vraag die bij mij opkomt is: wat is er zo verkeerd aan wat die verkopers en wisselaars in de tempel doen? Hun handel heeft toch alles met de tempel te maken! In de tijd van Jezus vonden er nog dierenoffers plaats en die handelaars verkochten de dieren die voor die offers bestemd waren! De geldwisselaars hielpen daarbij door voor wisselgeld te zorgen. En dit alles speelde zich af niet te ver van het grote altaar waar de dieren geofferd werden. Alles wat nodig was voor het offer was dus vlak bij de hand. Daar is toch niets mis mee?
Er is wel gesuggereerd dat Jezus zo boos was omdat er geen eerlijke handel werd gepleegd. De prijzen werden opgeschroefd of er was iets mis met de dieren, zodat ze eigenlijk niet aan God geofferd konden worden. In ieder geval vond er een misbruik plaats en daar protesteerde Jezus vooral tegen. En die geldwisselaars waren al niet veel beter. Die wisten hoe het wereldje van het geld in elkaar zat en daar maakten ze handig gebruik van om er zelf beter van te worden. Jezus protesteert dan tegen oneerlijke handel en niet tegen de handel op zich.
Het lijkt mij dat deze verklaring te simpel is en geen recht doet aan de woorden van Jezus: “Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal”. Het gaat erom dat die tempel het huis van God is en die God is een Vader. Blijkbaar kun je niet op die manier met je goddelijke Vader omgaan. Hoe dan wel wordt dan de vraag?
Ik zie het zo: wij mensen zijn beperkt in ons aandachtsvermogen. Wij kunnen niet tegelijk met heel verschillende dingen bezig zijn. Onze aandacht heeft een focus nodig, iets of iemand waarop onze aandacht ons richt. En dan moet even alles wat daarbuiten valt, opzij geschoven worden. Dat mag dan niet onze aandacht opeisen, het wordt als een afleiding gezien.
In de tempel, in de kerk, in de kapel moet onze aandacht op de goddelijke Vader gericht zijn. We moeten ons dan bewust worden van wie God eigenlijk is. Dat is niet eenvoudig, want God ligt verborgen achter zijn schepping. Alles wat wij zien en kunnen horen is geschapen, wij kunnen niet achter het geschapene kijken. Tussen ons en de goddelijke Vader staat een groot ondoordringbaar scherm We kunnen alleen maar vermoeden dat het geschapene een schepper gehad heeft en dat die Schepper het beste voor heeft met wat Hij geschapen heeft.
Het draait allemaal om bewustwording en aandacht, en daar is stilte en rust voor nodig, een stilte en rust die niet kan samengaan met een marktplaats. Op een marktplaats moet er verkocht worden. Een verkoper moet zijn stem verheffen om kopers aan te trekken. En de dieren die hij verkoopt kun je niet tot stilte manen. Een marktplaats is nu eenmaal een rumoerige plek. En ook de klanten hebben hun besognes. Zij moeten hun uitgaven in de gaten houden, zodat zij met hun beperkte middelen rond kunnen komen. Hun bezorgdheid en dus hun aandacht ligt bij hun bestedingen.
In de tempel moet de goddelijke Vader in het middelpunt van onze aandacht staan, dat is, denk ik, wat Jezus bedoelt. De tempel, de kerk, de kapel moet geen markt zijn, d.w.z. een plaats waar kopers en verkopers elkaar ontmoeten, maar het moet een plaats zijn waar God en mens elkaar ontmoeten, waar de mens openstaat voor de aanwezigheid van God, waar de mens bereid is om naar God te luisteren, naar zijn bedoelingen met ons, met onze wereld, met onze tijd. Een plaats, waar God zijn handen naar ons uitstrekt om ons overeind te helpen, een plaats waar we voedsel voor onderweg ontvangen: zijn woord en zijn brood om volop te kunnen leven, zoals Jezus dat gedaan heeft.
Dan heeft Jezus geen zweep nodig om ons te tempel uit te slaan, hoogstens om ons te porren toch vooral door te lopen en zijn weg te blijven volgen.
Amen.