Preek feest van Petrus en Paulus

Dinsdag 29 juni 2021

Feest van Petrus en Paulus
Dinsdag 29 juni 2021

Voorganger: pater Jan Jetse Bol msc

LEZINGEN

Handelingen 12, 1-11 
2 Timotheüs 4, 6-8.17-18 
Matteüs 16, 13-19 

OVERWEGING:
Vandaag, op de gedenkdag van Petrus en Paulus, denk ik aan, zie ik de hoofdingang van het missiehuis in Driehuis. In september 1957 ging ik door die deur, met links en rechts de twee hoog oprijzende beelden van Petrus en Paulus. En boven die deur de tekst: gaat en onderwijst alle volkeren… 
De bunker die heel dicht bij het missiehuis stond, aan de rechterkant werd begin mei met de grond gelijk gemaakt. Ook zijn er toen enkele grote bomen gekapt. En nu is er ruimte gekomen waar kangoeroe-woningen gebouwd kunnen worden. Daar kunnen oudere mensen dicht bij hun kinderen wonen en geholpen worden. En in het missiehuis zelf komen drieëntwintig sociale huurwoningen en daar omheen vierentwintig andere woningen… 
Alles lijkt anders te worden, maar na bijna honderd jaar, staan de beelden van Petrus en Paulus er nog steeds: Gaat en onderwijst alle volkeren… 
Als Petrus en Paulus de balans van hun leven op zouden maken, wat zouden ze zeggen…? 

Om te beginnen Paulus: Van huis uit kwam ik in de synagoge, en daar voelde ik me thuis. Bij de god, die gezegd heeft; ik zal er zijn; de god die ons heeft ons bevrijd uit de slavernij van Egypte.  

Jezus en zijn volgelingen wilden een andere weg inslaan. Dat wilde ik verhinderen. Ik vervolgde hen maar daardoor leerde ik ze ook beter kennen. Ik zag ik waar ze van leefden, en dat sprak me erg aan: Een open beweging van mensen die weten en geloven dat god in Jezus, maar ook in andere mensen aan het licht kan komen. Ik sloot me bij hen aan, maar tegelijk was ik zelf nog een beetje van de synagoge. Ik was niet zo open en onbevangen als Jezus. Ik had bijvoorbeeld moeite met vrouwen… Ik had moeite met vrouwen zoals de kerk er ook nu nog moeite mee kan hebben… 

Ik begrijp dat ik in mijn gedrevenheid om het geloof te verkondigen een plaats gekregen heeft boven de voordeur in Driehuis; Paulus de prediker. Maar ook is het niet zo vreemd dat mensen zich wel eens afvragen: wie is die Paulus toch…? In zekere zin ben ik blij dat mensen mij soms een nar, een dwaas vinden. Dat is voor mij een geuzennaam. Ik ben volgeling van Jezus en die was ook wel eens onnavolgbaar… 

En dan Petrus…Een visser was ik. Door Jezus werd ik ‘visser van mensen’. Jezus noemde mij steenrots: op jou kan ik bouwen. Dat is waar, dat ben ik, ik kan onverzettelijk en vasthoudend zijn. Ik kan wat anderen niet kunnen of durven. Ik dorst over het water te lopen. Ik zei tegen Jezus: jij bent de gezalfde, zoon van de levende God… En boven op een berg wilde ik drie tenten bouwen om dicht bij hem te kunnen zijn. Maar ik heb ook weet van die andere Petrus in me, die bang kan zijn. Die niet durft toe te geven dat hij bij die Jezus hoort. Ik ken de verhalen van mijn verloocheningen. En toen we samen het joodse paasfeest vierden, zei ik: Nooit zult u mij de voeten wassen! Maar even later zei ik, met even veel overtuiging: niet alleen mijn voeten; niet alleen mijn voeten, ik geef me helemaal. En dat heb ik ook gedaan, maar of ik daardoor een heilige geworden ben…? 
Meer dan honderd jaar staat het missiehuis daar in Driehuis, met nog steeds die beelden van Petrus en Paulus. En als wij als MSC en FDNSC de balans op zouden willen maken van honderd jaar missionaris zijn, wat zien we dan…? In ieder geval werden wij, net als Petrus en Paulus,  door de tijd getekend… 

In 1991 verscheen het boekje “Met andere ogen”, geschreven in opdracht van Papoeajeugd naar school. Het Voorwoord begint als volgt: “Kijk, daar achter die boom, een geest. Pater Vriens tuurt het oerwoud in, Tuurt nog eens en antwoordt tenslotte: Nee hoor, ik zie niks. Waarop de dorpsoudste zegt: Dat komt omdat u andere ogen heeft dan wij…” In een andere cultuur, in een andere tijd, hebben wij andere ogen. Het is dus niet zo gemakkelijk om de balans op te maken van onze missie in de afgelopen honderd jaar. 
Hoewel, Papoeajeugd wijst ons in 1991 ook daar een goede weg. Ze schrijven: de tijd van zieltjes winnen lijkt zo goed als voorbij… Het is nu de tijd van: onderwijs, landbouw, gezondheidszorg. Het is de tijd van inzet voor de lokale kerk, voor kerk-wij-samen…”  En dan raken wij aan Petrus en Paulus. Ook zij waren mensen van hun tijd, luisterden naar mensen. En de beelden van Petrus en Paulus boven de deuren van het missiehuis in Driehuis, ze staan voor al die missionarissen, die er op uitgingen om zich met andere mensen te verbinden, om naar hen te luisteren en zich voor hen in te zetten. Hebben zij, hebben wij dat altijd goed gedaan…? 

Net als Petrus en Paulus kunnen wij de balans opmaken en dan worden ook wij daarbij getekend door de kerk, door de cultuur, en de economie van de tijd waarin wij leefden: In 1920 waren koloniën nog heel gewoon. Nederland was een land met koloniën en wij waren missionarissen uit dat land. Maar nu kijken wij met andere ogen naar die tijd. Indonesië en Suriname en andere koloniën hebben zich al losgemaakt van Nederland, of nieuwe wegen gekozen. En in Nederland weten we maar al te goed dat de kerk in de tijd dat het missiehuis gebouwd werd een heel andere kerk was dan nu. Heel veel katholieke jonge mensen wilden toen naar de missie gaan – het liep storm. Daarna hebben we nog de tijd gehad van het tweede Vaticaans Concilie met vele jongerenvieringen, ook in datzelfde missiehuis, en groeiende oecumenische  contacten, Taizévieringen. En nu zijn er al meer dan vijftig jaar eigenlijk geen roepingen meer voor onze manier van leven. 

De slavernij is al meer dan honderd jaar afgeschaft maar de laatste jaren wordt pijnlijk duidelijk dat racisme nog niet uit de wereld is, nog niet uit Nederland is. En er zijn nieuwe vormen van slavernij.  
België heeft besloten om wat nu ‘roofkunst’ genoemd wordt terug te geven aan Congo. Heel wat andere landen doen hetzelfde. En het is niet zo vanzelfsprekend dat wij ons nog onbevangen aan de ‘gouden koets’ kunnen vergapen; er is die afbeelding van slavernij. De gouden koets is gerestaureerd maar zal die koets nog ooit op prinsjes-dag gebruikt worden…? 
En, over een tijdje, wat zullen die Petrus en Paulus zeggen als ze hun oor te luisteren leggen bij de mensen van nu…? Misschien dit:  

Er zijn al mensen… Ze gaan misschien weinig naar de kerk, maar ze geven veel om de natuur, om het klimaat, en ze dromen ervan om in een polder, in een oude boerderij een weilandklooster te beginnen met open stilte-uren en ‘grote wandelingen’…. 
Er zijn al jonge mensen die de tijd willen nemen om meer balans in hun leven te brengen. Ze gaan een paar jaar naar een jongerenklooster, met vieringen, pelgrimages en open kloosterdagen, maar zonder de romantiek van vroeger. Kloosterleven als een zoektocht: Wie ben ik? Hoe wil ik leven…? 
Wie weet zijn er mensen, die, na de coronatijd, in een oude fabriek een evenementen-abdij willen stichten met nieuwe, eigentijdse muziek en songs, zeg maar het hele jaar ‘the Passion’. Een nieuwe leefvorm voor misschien wel oude mensen…? 
In ons land zijn er al heel wat oecumenische of kerkelijke kringloopwinkels en voedselbanken.  
En het zou best kunnen dat de abdij Koningshoeven ook in de tijden die gaan komen een huis is waar de geest van God kan wonen, waar mensen nog steeds anderen kunnen ontmoeten om de weg van het hart te gaan. 

Misschien kan er internationaal tóch nog iets opbloeien uit de vergrijzende MSC of FDNSC. 
Sporen in deze tijd van nieuw geloven, misschien wel van nieuw religieus leven… 

Zoals ook woorden van de schrijver Toon Tellegen een spoor zouden kunnen zijn. In zijn boek “God onder mensen” schrijft hij: “Waarom dit boek over God? Omdat er bij elk ander onderwerp waarover ik schrijf, altijd mensen zijn, die er meer van weten dan ik. Zelfs als ik over mezelf schrijf of over wat mij beweegt. Maar over God – wie hij ook is – weet niemand meer dan ik, en niemand ook minder. Over God heb ik absolute zekerheid en absolute onzekerheid, verder over niets. Daarom kan ik vrijmoedig over hem schrijven, zonder schroom, zonder wroeging, zonder angst, zonder spot, zonder bitterheid, zonder jaloezie, zonder wrok, zonder vooringenomenheid, zonder terughoudendheid, zonder illusie, zonder sarcasme, zonder rancune, zonder ontzag, zonder mededogen, zonder hoop en zonder zijn naam te misbruiken… “ 

Woorden van een nieuw begin?! Een nieuw religieus elan?! Een nieuwe missie?! Wie weet?! Amen.